Negen woorden over Corona …

Negen woorden over Corona …
OPEN
Wonde
is het eerste woord dat bij me opkomt
wanneer ik terugdenk aan mijn tijd op aarde.
Wonde, als in verwondering. Gekwetst worden. Geraakt. Aangeraakt
en het daarmee gepaard gaande ontzag. Voelen. De mogelijkheid ervan.
Dankbaarheid
is het tweede woord dat me te binnen schiet.
Ik herinner me geluiden. Het ruisen van de zee, de wind doorheen bomen.
De stilte ervan, waardoor ik me gekoesterd wist. Gedragen doorheen de ruimte
binnenin me, zoveel meer dan de onmetelijkheid waardoorheen ik zweef nu.
Kroon
het derde woord.
Symbool bij uitstek van hiërarchie. Met dit als naam
leek een angst en verwarring zaaiend virus uit sociale disbalans geboren.
Door smetvrees van elkaar geïsoleerd, wankelde een systeem gericht op steeds meer
en onze identificatie ermee smolt langzaam weg.
Vervreemding.
Het vierde woord
gaat over leegte. Over het donker
achter de maskers die afvielen.
Het vijfde woord is een vraag.
Kan je het horen, voor het eerst nu of na een lange tijd weer
de stem van de dromer in je en is die uitnodigend genoeg
om je tot een sprong in het ongewisse te verleiden?
Het zesde woord. Metamorfose.
Er waren er die besloten in kleine gemeenschappen te gaan leven
zo zelfvoorzienend mogelijk en met vertrouwen als voedingsbodem
namen ze hun bestaan in handen weer. Door een innerlijke vreugde gedreven.
Overvloed creërend en bereid deze te delen.
Het zevende woord. Oorlog.
Voor anderen was de angst te groot. De virus verspreidde haar boodschap
maar zoals de meeste profeten, kon ze deze enkel verkondigen in een taal voorbij de rede
en de betekenis ervan werd overroepen door de leuzen van
de eerste de beste machtswellusteling met een mythe, met bijpassend uniform
en velen sprongen er in het gelid.
Verlies, is het achtste woord.
Doorheen de jaren ging er veel verloren. Het opportunisme echter bleef
het leegroven van de aarde ten bate van slechts enkelen en met regelmaat
vuurde de natuur haar virale wrekers op ons af. Haar laatste profeet genaamd Nero.
Het negende woord. Hoop.
Er waren er die aan de brandhaard wisten te ontkomen
door in te schepen. De ruimte door. Maar waarheen we ook reizen
ik blijf gevangen in een baan om de blauwe planeet.
Verontwaardigd over al het potentieel dat verloren ging, kan ik alleen maar hopen
ooit te genezen van het verlangen weer te keren in de mogelijkheid van een dorpje
op de top van een heuvel, met wijngaarden stijl aflopend naar een boven het zeewater trillende
hitte in een staalblauwe, uitgeklaarde hemel die duizelen doet, zoveel meer
dan doorheen het heelal hier vervliegen.